Luister naar je lijf

Luister naar je lijf: opgekropte emoties vinden altijd een weg naar buiten

12 JUNI 2021 08:06 / GEZONDHEID

© MANDY @MIEZELMOODSEEr komt steeds meer interesse voor hoe ons lijf met emoties omgaat, merkt journalist Franke van Hoeven. Een compleet nieuwe manier van kijken, waarbij we eindelijk ontdekken hoe belangrijk ons lijf is voor ons welzijn. “Het lichaam is in the lead. Zit je lekker in je lijf, dan zit je lekker in je hoofd.”

De Nederlandse Psychiater Bessel van der Kolk schreef het boek The body keeps the score (Traumasporen). Het gaat over hoe psychologische trauma’s zich manifesteren en opslaan in het lichaam. Van der Kolk beschouwt het lichaam als cruciaal voor het beleven en verwerken van emoties. Het boek is al acht jaar oud, maar staat nu opeens in de The New York Times Best Sellers-lijst. Er zijn meer dan drie miljoen exemplaren van verkocht.

In een interview met NRC vertelt de auteur onlangs verrast te zijn door het plotselinge succes van het boek. Hoe komt het dat dit onderwerp nu opeens zo leeft? Heeft de coronacrisis onze interesse gewekt in de invloed van emoties op het lichaam? En hoe werkt dat precies, het opslaan van gevoelens in je lichaam? Diverse professionals uit verschillende disciplines leggen het uit.

Existentiële vragen

Francoise Verhoef-Van Sliedrecht heeft wel vermoeden waarom het boek nu ineens zo’n hit is. Ze is fysiotherapeut, haptonoom, psychosomatisch, ontspannings-, traumatherapeut en werkt als lichaamsgericht therapeut. Ze geeft lezingen Als het lichaam praten kon, waarin ze mensen leert om lichamelijke klachten in een breder perspectief te zien en legt uit welke diepere betekenis er achter klachten kan zitten. Verhoef-Van Sliedrecht: “We worden ons steeds bewuster van het feit dat lichaam en geest met elkaar verbonden zijn. Toen ik twintig jaar geleden begon, was ontspanningstherapie iets zweverigs. Inmiddels zijn begrippen als meditatie, mindfulness en yoga redelijk ingeburgerd. Veel mensen worden zich bewust van de lichamelijke invloed van stress en de manier waarop dat onze gezondheid beïnvloedt. Daarnaast wordt er steeds meer bekend over trauma en het effect dat dit heeft op ons dagelijks functioneren. Bessel van der Kolk is daarin een pionier.”

“’Het lichaam is af en toe zwak, moe of ziek… het is niet perfect’

Verhoef-Van Sliedrecht is van mening dat wij in onze maatschappij de ratio hebben overgewaardeerd, waarbij de mannelijke visie, met nadruk op de structuur, analyse en doelgericht handelen, centraal staat. “Het vrouwelijke aspect, voelen, emoties, het lichaam heeft daardoor een ondergewaardeerde plek gekregen.” Dat heeft geleid tot een disbalans: “Mannen leren dat ze niet ‘zwak’ mogen zijn, vrouwen moeten ‘perfectie’ nastreven. Maar het lichaam is af en toe zwak, moe of ziek. Het is niet perfect.”

Volgens haar zijn het vaak de momenten van crisis (corona, maar ook een scheiding of overlijden van een naaste) waarin we écht gaan zoeken naar oplossingen en antwoorden. Verhoef-Van Sliedrecht: “Ik zie bij veel mensen een bewustwordingsproces plaatsvinden. Existentiële vragen werden daarmee het afgelopen jaar een stuk belangrijker: ‘Wie ben ik?’ en ‘Wie wil ik zijn?’.”

Hoofden op pootjes

Ook loopbaancoach Fiona Kloosterman zag dit jaar meer cliënten met problemen bij haar komen. “Mensen zijn het afgelopen jaar uit hun patronen gerukt. Ze zaten een jaar lang thuis, zonder afleiding, dicht op elkaar, met kinderen erbij, thuis werkend. Er zijn zoveel veranderingen geweest, dat mensen niet meer onder zichzelf uit konden. Voor sommigen werd de pijn zo groot, dat verstoppen niet meer mogelijk was.”

LEES OOK

Het zalig falen, met Joshua Nolet25 MEI 2021 / PERSOONLIJKE GROEI

Kloosterman geeft lichaamsgerichte therapie: “Voor mij betekent dat: het lijf betrekken bij wat je aan het doen bent. Vóél het maar. Als mensen bij mij komen met een loopbaanprobleem, vraag ik als een van de eerste dingen: wat voel je? Veel cliënten blijken pijn in hun nek, kramp in hun schouders of rugpijn te hebben.”

Vervolgens probeert ze haar cliënten bewust te maken van het verband tussen lichaam en geest. “Ik laat ze tegen hun buik praten, of vraag ze hun buik te tekenen. Ook probeer ik situaties na te bootsen. Zegt iemand bijvoorbeeld: “Ik voel me klemgezet door mijn baas”, dan zet ik diegene ‘klem’ tegen de muur. Meteen komen de emoties naar boven die ze in die werksituatie voelen. Dan krijg je een ander gesprek dan als je op rationeel niveau het verhaal gaat zitten nabouwen dat je een week eerder aan je baas hebt verteld.”

“’Een verergering van eczeem kan een lichamelijke uiting van emoties zijn’

Volgens haar zijn we ‘hoofden op pootjes’ geworden. “In onze westerse samenleving is het hoofd belangrijker. Daarnaast schakelen we liever onze emoties uit als we gaan werken. Ik probeer die signalen van het lichaam weer voelbaar te maken, zodat cliënten niet meer over hun grenzen gaan. Voelen én uiten, dat is het doel.”

Het lijf liegt niet

Huisarts en coach Inge Kroese probeert haar patiënten bewuster te maken van hun lichaam. Ze schreef er de blog Je lijf vertelt waar het knelt over. “In de medische wetenschap zijn psyche en lichaam gescheiden, maar ik geloof niet dat het zo werkt. We hebben buikpijn van de stress, we blozen, onze harten gaan sneller kloppen in een spannende situatie. Dat zijn lichamelijke reacties op emotionele ervaringen. Alles wat we meemaken, slaan we op in ons lichaam. Alles is één geheel. Onze fysieke reactie op gebeurtenissen is er sneller dan de gedachte. Daarna komt de ratio. Met onze eigen gedachten kunnen we onszelf dingen wijs maken, maar je lijf liegt nooit. De fysieke reactie is er, of je het nu wilt of niet.”

LEES OOK

Baas over eigen baren: ‘Vaginaal bevallen lijkt me veel te rommelig’25 APRIL 2021 / GEBOORTEZORG

In haar praktijk ziet ze daar de gevolgen van: “Een verergering van eczeem kan bijvoorbeeld een lichamelijke uiting van emoties zijn. Emoties zijn niets anders dan gevoelens die ervaren willen worden. Als je die gaat wegstoppen, omdat het ongemakkelijk voelt, of omdat je hebt geleerd dat je die niet mag uiten, vinden die gevoelens wel een andere weg naar buiten. Onderdrukte emoties kunnen dus leiden tot fysieke klachten. Vooral negatieve emoties, de drie b’s van bang, bedroefd, boos, daar geven we in onze westerse maatschappij liever niet genoeg ruimte aan.” Jammer, volgens Kroese, want boosheid bijvoorbeeld geeft veel levenskracht. “In contact met een ander is boosheid enorm puur. En als de emotie authentiek is, kan een ander dat altijd handelen, altijd. Daar ben ik van overtuigd. Het woord emotie komt van emovere, letterlijk: ergens uit bewegen. Emotie hoeft alleen maar beleefd te worden, een weg naar buiten te vinden.”

Opgeslagen trauma’s

Robin Bhaggan is revalidatietherapeut en is gespecialiseerd in rugklachten. Ook vanuit zijn discipline merkt hij dat er meer focus voor opgeslagen emotie in het lichaam komt. Hij is bezig met het boek Van rugklacht naar rugkracht dat eind juni verschijnt. Bhaggan heeft veel interesse in onderzoeken naar de fascia: het netwerk van vliezen die om onze spieren heen zitten (bindweefsel). Uit wetenschappelijke onderzoeken die de afgelopen jaren zijn gedaan, blijkt dat daar trauma’s en bijbehorende sensaties in opgeslagen kunnen zitten.

“’Zit je lekker in je lijf, dan zit lekker in je hoofd’

Bhaggan: “De fascia loopt door je hele lijf. Dat maakt dat je niet één plek in je lichaam hebt waar een probleem zit, maar dat alles met elkaar verbonden is. Het holisme is lang gezien als vaag en wappie, maar inmiddels wordt het steeds serieuzer genomen. In mijn praktijk kijk ik waar blokkades zitten en hoe die kunnen worden opgeheven. Dat kan op verschillende manieren. Zo behandelde ik ooit het been van een mevrouw, die vervolgens enorm moest huilen. Zelf wist ze niet zo goed waarom. Later bleek dat ze veel had meegemaakt in haar jeugd, en deze behandeling had volgens haar nog een laatste restje verdriet bij haar losgemaakt. Ze heeft er daarna nooit meer last van gehad. Een gedachte komt en gaat, precies wanneer hij er zin in heeft. Een gevoel komt en gaat, precies wanneer hij er zin in heeft. Het lichaam is daar het vehikel voor, dat beginnen we steeds meer te beseffen. Het lichaam is in the lead. Zit je lekker in je lijf, dan zit lekker in je hoofd.”

Liever voor je lichaam

Lisette Thooft schreef onlangs het boek Vrienden worden met je lijf, lichaamsbewustzijn als levensbelang. Ze is rebalancer en merkte in haar praktijk hoe negatief cliënten over hun lichaam praten. Thooft: “Vrienden worden met je lijf, dat is waar het om gaat. Ik merkte dat mensen zo negatief en agressief over hun lichaam praten, ‘die vette pens’, ‘die stomme rug die niet meewerkt’… Je wordt daar niet beter van, en het is zo onterecht. Je lichaam is net als je onderbewuste: het werkt niet tegen je, maar vóór je. Dat is een alternatieve visie op gezondheid: niet elk symptoom wegtoveren, maar accepteren en onderzoeken wat er met je lichaam aan de hand is als je pijn hebt. De materialistische visie op het lichaam is zo extreem geworden, dat het nu vanzelf weer de andere kant op gaat. Nu beginnen we te beseffen dat de manier waarop we nu met ons lichaam omgaan niet kan kloppen. We zijn geen auto’s waar je even de binnenbanden van kunt plakken. Het lichaam lijkt een ding geworden, afgesneden van de rest. Je wordt gereduceerd tot tumor, lever, maag, maar je bent een heel mens.”

LEES OOK

Dokters, neem vrouwen (en hun kwalen) eens serieus20 JUNI 2020 / GEZONDHEID

We worden opgevoed om te kijken naar prestaties en uiterlijk: “Weeg je niet te veel, ben je wel soepel genoeg, heb je wel genoeg passen gezet. Onze hele cultuur is ervan doordrenkt. Ik probeer met mijn boek mensen de andere kant op te ‘hersenspoelen’. Je kunt denken: ik heb een buikje, wat moet ik eraan doen om ervan af te komen, maar ook: kennelijk heb ik dat buikje op dit moment nodig in mijn leven, dat verdwijnt wel weer. Of niet.”

Als je ontspant en vriendelijker gaat denken, wordt je leven niet zozeer makkelijker, maar wel echter, dieper en authentieker. Thooft: “Dan komt de emotie los. In bindweefsel zit oude emotie, en als je gaat ontspannen, kan dat loskomen. Ik ben dol op schouders, daar zit veel in. Ik zeg ook weleens tegen mijn cliënten ‘vraag eens aan je schouder: hoe gaat het met je?’. Dan zeggen ze bijvoorbeeld: ik voel met niet gehoord, zoals ikzelf vroeger als kind. Daarna zit zo’n schouder echt losser. Alles in je lichaam is niet alleen fysiek, maar ook psychisch. Als je vriendelijker over je eigen lichaam denkt, krijg je direct een beter gevoel.”

Opluchting

Als je je daar bewust van wordt, is dat niet altijd een prettige fase. Thooft: “Je gaat van onbewust onbekwaam naar bewust onbekwaam. Dan voel je die stroeve schouder, de pijn in je buik van de spanning, kramp in je borstkas van hartepijn. Pas na een tijd wordt het minder pijnlijk. Halsstarrig, hardnekkig, je poot stijf houden, je hoofd overeind kunnen houden: het komt allemaal ergens vandaan.”

Volgens Thooft draait het allemaal om zelfcompassie. “Dat je voelt en accepteert: ik ben maar een mens. Ik ben niet perfect, ik kan niet perfect zijn. Als je lief bent voor je lijf, ga je makkelijker voelen. En gevoelens gaan weer voorbij. Als klein kind kunnen gevoelens overweldigend zijn, maar als volwassen persoon kun je die gevoelens dragen. Gevoelens zijn minder dramatisch dan we denken. Je voelt het, het gaat voorbij, en daarna volgt de opluchting.”

Tot slot. Bewustwording: de eerste stap. Waar begin je?

Als mensen bewuster van hun lichaam willen worden, wat kunnen ze dan doen? Kloosterman: “Als je een probleem hebt, kijk dan eens rustig: wat voel ik in mijn lijf? Breng je aandacht naar de pijnlijke plek: waar zit het, wat doet het daar?”

Kroese: “Let op je ademhaling. Waar gaat je lucht heen in je lichaam, stokt het ergens? Yoga en meditatie kunnen daarbij helpen. Yoga op recept, haha!”

Bhaggan: “Veel mensen lopen blokkades op, omdat ze in een keurslijf worden gestopt. Zo is er niet één goede manier om te bewegen. Kijk wat goed voelt voor jou. Squat op je eigen manier, zwem op je eigen manier, loop op een manier die goed voelt.”

Thooft: “Sta eens stil bij hoe je over je lichaam praat. Wees vriendelijk tegen je lichaam: ‘mijn lieve nek’, ‘mijn prachtige buik’, ‘mijn trouwe benen’. Zie je lichaam als een schuw wezentje, een kind.”FRANKE VAN HOEVEN

BEST GELEZEN

Nieuw Traject vrij van angst voor dieren!

Traject Vrij van angst voor dieren – Holistisch HeelCentrum (heelcentrumdoorn.nl)

Kom in een maand van je angst voor dieren af in het Holistisch HeelCentrum

Traject Vrij van angst voor dieren

€497.00

In een maand ondersteunen wij je in het overwinnen van je angst voor dieren. Dit doen we op verschillende manieren die jou helpen om over je angst heen te komen. In een persoonlijk startgesprek brengen we je angsten in kaart. Zodat we je een passende invulling van het traject kunnen aanbieden.

Beschrijving

Voelt zelfs het kleinste dier als een bedreigende leeuw voor jou? Belemmert dit je in het dagelijkse leven? Dan is dit bijzondere traject wat voor jou!

In een maand van je angst voor dieren af?

  • Ben je bang voor dieren? Of een bepaalde diersoort?
  • Kun je niet op visite bij vrienden met een hond?
  • Rijden je kinderen paard maar blijf liever in de auto wachten?
  • Durf je niet te kamperen vanwege alle insecten?

Wat het ook is en waar je ook bang voor bent, zodra je angst verlammend werkt is het hoog tijd om er wat aan te doen!

Dat kan nu op onze mooie locatie waar je op een liefdevolle manier van je angsten wordt afgeholpen. De dieren die hier wonen helpen je er graag bij net als wij.

In een maand ondersteunen wij je in het overwinnen van je angst voor dieren. Dit doen we op verschillende manieren die jou helpen om over je angst heen te komen. In een persoonlijk startgesprek brengen we je angsten in kaart. Zodat we je een passende invulling van het traject kunnen aanbieden.

Chi -running

Na een hele lange knie-blessure en een Corona besmetting met daarbij horende vermoeidheid ben ik sinds twee weken weer begonnen met mijn hobby, hardlopen. Na een heel jaar niet rennen was dat weer even wennen.

Nadat ik zo lang niet hard gelopen heb weet ik da je het weer rustig opdoet bouwen want hardlopen is een blessure gevoelige sport weet kuit ervaring. Ik heb met verdiept in Chi-running en ben hiermee rustig begonnen. Iedere dag 1,4 km en het bevalt me uitstekend! Omdat ik zo enthousiast ben hier even een korte uitleg, m misschien kan je er wat mee?

Er wordt uitgegaan van drie basis- principes:

Als eerste is er de term die ook in Tai Chi wordt gebruikt, het principe van de “naald in watten”. Simpel gezegd is het idee dat je een stevige en rechte houding hebt tijdens het hardlopen. Daarbij is al het andere ontspannen. Je handen, armen, benen en voeten. 

Het tweede principe, is dat van de geleidelijke vooruitgang. Stapje voor stapje word je hardlooptechniek beter. Een pil voor een efficiënte hardlooptechniek is een utopie. Je lichaam past zich langzaam aan. Oefen je een bepaalde beweging zorgvuldig en enige tijd achter elkaar, dan komt deze langzaam maar zeker “in je systeem”.

Het laatste principe is de balans in beweging. Je lijf is één geheel. Je benen kunnen ontspannen bewegen als je bovenlichaam hier ontspannen in meegaat. Het één hangt altijd samen met het ander.

Chi vaardigheden:

  1. Aandacht
    Je geest kan maar met één ding tegelijk bezig zijn. Tijdens het hardlopen luister je naar je lichaam. Je richt je aandacht op de ChiRunning aandachtspunten.
  2. Bodysensing (voelen!)
    De belangrijkste vaardigheid, voelen! Zonder deze bekwaamheid zal je weinig vooruitgang boeken tijdens je weg naar een efficiëntere looptechniek.
  3. Ademen
    Ook bij ChiRunning vormt dit ook een belangrijk onderdeel.
  4. Ontspannen
    Alle drie de eerder genoemde vaardigheden zijn belangrijke instrumenten om goed te kunnen ontspannen. Ontspanning is de afwezigheid van onnodige inspanning.

En die techniek dan?

Bij ChiRunning wordt de techniek opgedeeld in zes werkgebieden

  • Houding

Een juiste houding, van je kruin tot je voeten vormt de basis van de techniek. Alleen met een juiste houding kun je op een ontspannen manier lopen. Stel dat je een stapel stenen keurig opstapelt, die stapel blijft keurig staan. Op het moment dat je een stapel scheef opbouwt, zal je deze permanent moeten tegenhouden om te voorkomen dat deze omvalt. Dit kost kracht en energie. Zo is het ook met je houding.

  • Helling

Door je lichaam licht voorwaarts te laten hellen, laat de zwaartekracht je naar voren vallen. Dit is het begin van een beweging die je kunt gebruiken om zonder kracht te gaan hardlopen.

  • Onderlichaam

Als je naar voren valt til je je voet van de grond om te voorkomen dat je daadwerkelijk op je snufferd valt. Hierbij gebruik je geen kracht. Je duwt niet met je spieren

  • Bekkenrotatie

Links, rechts, links, rechts. Tijdens het lopen zal je bekken vanzelf roteren zodat deze meewerkt met de kracht van de weg die op je afkomt tijdens het lopen.

  • Bovenlichaam

Je bovenlichaam leidt de weg, je armen bewegen ontspannen naast je lichaam.

  • Versnelling, pasfrequentie en paslengte

Bij ChiRunning wordt ook een pasfrequentie van 180 passen per minuut aangeraden. 

Dit stukje heb ik overgenomen van:
https://www.natuurlijkhardlopen.nl/blogs/blog/looptechniek-chirunning-deel-2/

Relatie-therapie en EMDR


Relatietherapie/-coaching/ EMDR

Relatietherapie/-coaching begint vaak met het in kaart brengen van de problemen, en de gedachten/verwachtingen en gevoelens van beide kanten. Vaak is het verbeteren van de onderlinge communicatie de belangrijkste stap om tot een oplossing of een betere relatie te komen. Soms is een verbetering van de communicatie echter niet voldoende. Dit is onder andere het geval wanneer één persoon, of beide personen in de relatie iets heeft gemaakt en nog niet goed heeft kunnen verwerken.
Onverwerkte situaties
Soms maken mensen gebeurtenissen mee die erg heftig voor ze zijn, en die ze moeilijk kunnen verwerken. Onverwerkte gebeurtenissen kunnen dan leiden tot een trauma. Bij trauma’s denkt men vaak aan zeer ernstige zaken zoals getuige zijn van een moord, of een soldaat die in oorlogsgebied gruwelijke dingen heeft gezien. Maar ook kleinere, minder heftige gebeurtenissen kunnen tot een trauma leiden, doordat ze voor de betreffende persoon een sterke emotionele lading hebben. Je kunt dan bijvoorbeeld denken aan het vreemdgaan door de andere partner, wat men niet kan verwerken. Of aan verwijten die een partner in ruzies naar de ander maakt, die de ander zo gekwetst hebben dat het ‘uitpraten’ niet meer lukt. Soms hebben partners als kind traumatische gebeurtenissen meegemaakt waardoor zij negatieve gedachten hebben aangeleerd; bijvoorbeeld ‘het tonen van emotie is een teken van zwakte’. Ook heftigere trauma’s kunnen een relatie in de weg zitten; zoals een verleden van lichamelijk en seksueel geweld.
Verwerken van trauma’s door middel van EMDR
Er is een behandelmethode ontwikkeld die erg succesvol is gebleken in het behandelen van trauma’s. Deze behandelmethode heet EMDR, en zorgt ervoor dat de gebeurtenissen alsnog emotioneel verwerkt worden. Het is een op zichzelf staande behandelmethode, maar wordt ook vaak ingebouwd in andere behandelingen zoals relatietherapie. EMDR is een afkorting voor ‘Eye Movement Desensitization and Reprocessing’. ‘Eye movement’ kun je vertalen als ‘oogbewegingen’, ‘desensitization’ als ‘desensibilisatie’ wat zoiets als ‘minder gevoelig maken’ betekent, en ‘reprocessing’ als ‘opnieuw verwerken’. Wat je doet met EMDR is de traumatische gebeurtenis voor de geest halen terwijl je snelle oogbewegingen maakt. Hierdoor verwerk je deze gebeurtenissen en word je er minder gevoelig voor; het brengt dus minder spanning en nare emoties met zich mee.
Het vervolg van het traject
Soms kan het verwerken van trauma’s door middel van EMDR al voldoende zijn om de relatie te verbeteren. Het kan echter ook zo zijn dat er nog steeds emoties en problemen tussen beide partners in blijven staan. In zo’n geval kan de behandeling vervolgd worden met de ‘klassieke’ relatietherapie/-coaching die zich met name richt op onderlinge communicatie. Het kan zijn dat de verwerking van trauma’s de weg vrij heeft gemaakt om te praten over zaken waar vroeger niet over gepraat kon worden.

rouw en relatie,

Mooi artikel van de correspondent !!!!!

De Correspondent leest voorLisanne van Sadelhoff – Wat doet het verliezen van je kind met je relatie?Beluisteren Beluisteren in de appSoundCloud

Het is de eerste keer dat ik een verhaal over rouw schrijf en daar enig ongemak bij voel. Of misschien is ongemak niet het juiste woord, maar ik was tijdens de interviews en het schrijven voorzichtiger dan anders. In mijn voorgaande verhalen durfde ik veel uitspraken over rouw voor eigen rekening te nemen – over de grilligheid, de onvoorspelbaarheid, de pijn, het secundaire verlies Eerder schreef ik dit verhaal over secundair verlies.– en ik ging ook vaak met de spreekwoordelijke billen bloot. Omdat ik niet alleen over rouw schreef als journalist, maar zelf ook rouwde. Om mijn moeder.

Ik was een kind dat haar ouder begroef. Weliswaar dertig jaar te vroeg, maar het ging in ons gezin wel in de ‘goede volgorde’. Maar dit verhaal is anders. Dit verhaal gaat over het ergste wat een mens kan overkomen, het verliezen van een kind. Iets tegennatuurlijkers is er denk ik niet; ouders horen hun kinderen niet te begraven.

Er is in mijn ogen een overheersend idee in onze samenleving dat stellen die een kind verliezen daar samen vaak niet (goed) uit komen. Ik wil onderzoeken of dit een misvatting is. Ik schreef al eerder over rouw binnen een relatie, Lees: ‘Rouw verandert je relatie. En dat accepteren helpt je om er samen sterker uit te komen’maar daarbij ging ik in op hoe je relatie rouw overleeft als de één hevig verdriet meemaakt, en de ander vooral de steunpilaar is en minder wordt geraakt door het verlies.

Omdat het verliezen van een kind beide ouders even hard raakt, en omdat het een precair onderwerp is dat met geen enkel ander verlies te vergelijken is, heb ik besloten daar een losstaand verhaal over te schrijven. Hoe leef je verder? Hoe ‘overleef’ je dat verdriet als stel?

Het verlies van een kind dreunt nog jarenlang na

Dat was waar Monica (63) en Peter van Hest (64) zich ook zorgen over maakten. En dat is zacht uitgedrukt. Alle woorden zijn immers te zacht uitgedrukt als ze moeten beschrijven waar ze elf jaar geleden mee te maken kregen. 

Ze hebben drie dochters: Susanne, Marloes en Lisette. Een Dreimäderlhaus, zei Peter altijd trots – ze wonen in Hengelo, ‘drie keer gas geven en je bent in Duitsland’. Het gezinsleven was warm, het huwelijk tussen Peter en Monica goed, de dochters waren gelukkig (en later gelukkig getrouwd) en er kwamen kleinkinderen. In 2009 was Susanne zwanger van haar tweede kindje. Ze was toen 28 jaar oud. In korte tijd vermagerde ze door hevige misselijkheid. Ze kon niets binnenhouden, werd in het ziekenhuis opgenomen en kwam er met een sonde weer uit. Ze was toen twaalf weken onderweg in haar zwangerschap. 

‘Ik zou langskomen, maar dat hoefde niet, want ze was zo moe’, vertelt Monica in de woonkamer van hun vrijstaande woning. Op de achtergrond staat klassieke muziek aan – na Susannes overlijden was dat de enige prikkel die Monica kon verdragen. ‘Nu kan ik ook gewoon de radio aanhoren. Maar dat heeft lang geduurd.’

Op het tv-meubel staat een foto van een jonge, blonde vrouw. Ze lacht. Er brandt een kaarsje naast. ‘Altijd als we thuis zijn’, zegt Monica. Peter knikt. Altijd. 

‘Het is af en toe net een film die ik afspeel’, zegt Monica. ‘Een bandje dat héél langzaam minder pijn doet.’ Susanne ging naar bed, Monica en Peter waren ongerust – het voelde niet goed. De volgende dag kregen ze een telefoontje van Susannes man. Hij huilde. Het was een telefoontje dat hun leven direct in tweeën splitste. De welbekende voor en na. 

Peter gaat verzitten, zijn ene been over het andere. ‘Susanne was overleden in haar slaap. Waarschijnlijk door een hartritmestoornis, haar lichaam was uitgedroogd door het overgeven.’ Op de rouwkaart kwam niet alleen de naam Lieke te staan, Susannes tweejarige dochtertje, maar ook van het ongeboren kind: ‘moeder van Sophie/Job’. Die namen hadden Susanne en haar man al bedacht. Ze hebben nooit geweten of het een jongetje of meisje zou zijn geworden. 

Peter en Monica veranderden in ‘twee lopende verdrieten’, zoals ze het zelf noemen. ‘Het was een aardbeving. In heel Twente – veel mensen kenden ons, leefden mee, spraken erover. Maar na drie maanden waren de meesten het weer vergeten. Of althans: zo leek het. Maar in ons huis dreunden de trillingen hevig na. Elke dag. Jarenlang.’

En toen, ergens in het begin van die schok, dat verdriet, het ongeloof en het grillige rouwproces dat volgde, hebben Peter en Monica, al meer dan veertig jaar samen, elkaar vastgepakt en aangekeken. ‘We gaan elkaar niet kwijtraken.’

Een huwelijk is veerkrachtiger dan we vaak denken

‘Je hoort het zo vaak’, zegt Beate Matznetter, ‘dat mensen eerst hun kind verliezen, en daarna hun huwelijk.’ Ze is psycholoog en verdiepte zich in rouw om een kind nadat zij en haar man zelf een kind verloren. ‘Ik weet nog dat ik een lotgenoot sprak die al wat verder in het proces zat. Ze zei vurig: “Het is niet waar, dat je zulk verdriet niet samen kan overleven. We moeten blijven zeggen dat het niet waar is.”’ 

Toen is Matznetter gaan praten met cliënten. Je hoort het vaak, ja, maar klopt het ook? Hoe red je het samen? Die zoektocht mondde uit in een boek, Meer over dit boek op de website van de uitgever.Samen verder na verlies van een kind, waarvoor ze acht gesprekken voerde met stellen die een kind verloren. Zeven stellen overleefden het, één niet. ‘En bij dat stel waren al barstjes voor het kind overleed.’

Het idee dat ouders vaak scheiden na het verlies van een kind, wordt door sommige wetenschappers als een mythe afgedaan

‘Sommige huwelijken worden slechter’, beaamt Matznetter. ‘Andere beter, of blijven gelijk. Maar we moeten af van dat doemscenario. Van dat oordeel. Ik heb uit de eerste hand verhalen gehoord van ouders die kapotgingen van verdriet. Van vaders die elke avond huilend voor de tv filmpjes terugkeken van hun kind. Van moeders die niet meer uit bed konden komen. Maar ik zag bij diezelfde stellen dat mensen, en daarmee ook huwelijken, veerkrachtiger zijn dan we denken.’

Het idee dat ouders vaak scheiden na het verlies van een kind, wordt door sommige wetenschappers heel duidelijk afgedaan als een mythe. Onder andere door Reiko Schwab, emeritus hoogleraar gespecialiseerd in rouw aan de Old Dominion University in Virginia, Verenigde Staten. Haar twijfel ontstond in de jaren negentig, nadat ze 110 getrouwde koppels volgde wiens kind twee tot veertien jaar eerder was overleden. 92 koppels waren nog samen, drie waren gescheiden. De overige vijftien koppels konden niet meer worden teruggevonden door verhuizing, overlijden of naamsverandering. Ook latere onderzoeken van Schwab lieten eenzelfde beeld zien: de meeste koppels bleven na het verliezen van een kind bij elkaar. 

Je kunt niet voorspellen welke stellen het samen redden

Mijn verdere zoektocht in wetenschappelijke publicaties en literatuuronderzoeken door de jaren heen toont grofweg twee verschillende en zeer tegenstrijdige conclusies. Ouders die een kind verliezen hebben een hoger risico op een scheiding, zo las ik in drie  grote  onderzoeken. 

Maar ik vond ook genoeg grote studies die concludeerden dat veel huwelijken de dood van een kind overleven.   Bovendien kan hier de kanttekening bij worden geplaatst dat in deze onderzoeken niet is gekeken naar stellen die niet voor de wet getrouwd zijn. En áls mensen al gescheiden zijn, in hoeverre is dan een causaal verband aan te tonen tussen het overlijden van het kind en de scheiding?

‘Misschien is dat ook wel het probleem’, zegt Catrin Finkenauer, hoogleraar sociale wetenschappen aan de Universiteit Utrecht. ‘Je kan er onderzoek naar doen, maar je kúnt niet voorspellen hoe mensen op dit verlies reageren. Je kan niet met zekerheid zeggen: die redden het wel, die redden het niet. Ook niet als je de statistieken erbij pakt. Het ene stel is het andere niet. Het ene verlies is het andere niet.’ 

Het is misschien beter om te kijken waar de relatieproblemen vandaan komen, áls die ontstaan. Finkenauer deed met enkele collega’s onderzoek naar de tevredenheid over de relatie na het overlijden van een kind. Dat onderzoek kun je hier downloaden.Ze stelt: ouders worden niet alleen geconfronteerd met hun individuele rouw, maar ook met de rouw van hun partner. 

‘Voor veel ouders voelt het alsof ze de betekenis van hun leven zijn verloren.’ Vrouwen rouwen volgens haar – als ze het even ongenuanceerd mag zeggen – meer emotioneel, mannen reageren meer probleemgericht: wat kan ik oplossen? En dat kan voor onbegrip of wrijving zorgen. 

Elkaars rouwstijl leren kennen

Johan Muyldermans (48) en Elke Du Bin (46) uit het Belgische Muizen knikken van herkenning als ik ze de bovenstaande uitspraak van Finkenauer voorlees. Ik interview ze via de webcam. In de hoek achter hen zie ik een foto van een meisje met een rond gezicht en een grote bos bruine krullen. Hun dochter Harte zou nu net veertien jaar zijn, maar door een zeer agressieve hersentumor werd ze niet ouder dan zes. 

‘We hebben niet getekend voor een kind dat doodgaat’, vertelt Johan. ‘Dit was niet de bedoeling. Dit kón niet. Dit mocht niet.’ Elke heeft na de uitvaart een hele tijd alleen maar op de bank gelegen. Gelegen. Gelegen. En, nog eens: gelegen. ‘Losgeslagen van de werkelijkheid’, noemt ze het zelf. ‘Ik wilde niet wakker zijn, alleen maar slapen op die zetel. En als ik niet sliep, kon ik alleen maar huilen: “Kind, kom terug, kom terug, kom terug.”’

Johan lag of zat niet naast haar op de bank. Hij is niet zo’n stilzit-type. ‘Ik weet niet of het wegloopgedrag was, ik denk het niet, maar ik liep wel. Naar werk, de tuin, gewoon, naar buiten. En ik regelde de dingen die je moet regelen als iemand er niet meer is.’

Ondertussen was Johan bang. Zou zijn vrouw ooit nog van die bank afkomen? 

Elke was niet zo bang. Die zag dat ze het beiden op een andere manier deden, en vond dat direct oké.

‘Samen rouwen betekent niet altijd dat je alles samen moet doen’

Johan lacht. Ze zijn nu zeven jaar verder. Zeven pijnlijke jaren, maar ze werden ook lichter. ‘We hebben elkaar op een andere manier leren kennen door ons verdriet’, zegt Elke. ‘Ik ben een prater. Ik moet het kwijt. Johan niet. Alleen tijdens interviews, of als we over onze stichting praten, die we hebben opgericht voor kinderen met kanker. We maken ridders- en prinsessenpakketten voor kinderen die langere tijd in het ziekenhuis moeten blijven.’ Johan knikt. ‘Het is niet zo dat ik even op de bank ga zitten en met Elke ga praten over ons verdriet. Ik heb daar geen behoefte aan.’

Maar hoe weet je dan van elkaar dat je het moeilijk hebt, en wat de ander nodig heeft?

Johan: ‘Ik respecteer de openheid van Elke. Zij heeft de behoefte om dingen op Facebook te delen. Ik niet. Maar ik like het wel. Zo van: ik heb het gezien, ik voel wat jij voelt.’

Elke: ‘Als ik meer wil praten dan mijn man, zoek ik vriendinnen op. Ik denk dat samen rouwen niet altijd betekent dat je alles samen moet doen. Je moet elkaars rouwstijl leren kennen. Johan is veel meer van de symbooldata. Op de dagen dat ze ziek was, overleed en dat haar afscheid was, heeft hij een korter lontje, dat leg ik dan ook aan de kinderen uit. En op Wereldlichtjesdag  weet ik: we moeten kaarsjes in huis hebben, hij wil dan iets branden.’

Johan: ‘Je hoort weleens van stellen die dan ruzie krijgen, omdat de een zijn of haar verdriet niet uit. En dan denkt de ander meteen: jij bent niet verdrietig. Ik denk dat het bij Elke en mij anders is. Ik heb mindere momenten, bij muziek, in de auto, als ik alleen ben. Dan komt het bij mij. Elke ziet het dan niet, maar weet het wel.’

Elke knikt, glimlacht en knikt dan nog heviger. ‘Dat weet ik nu, ja, inmiddels. En het maakt ons sterker.’ Aan het eind van het gesprek zegt ze: ‘We proberen samen zo gelukkig mogelijk te zijn.’ 

Rouw maakt elke emotie heftiger

‘Mensen veranderen door verdriet’, zegt Finkenauer. ‘Dus ook je relatie blijft niet onberoerd. Daar komt nog eens bij dat alles wat je voelt in een rouwproces een hevige emotie is. Of het nu woede is, of schuldgevoel, gemis, angst.’

Wat ouders vaak zeggen, is dat ze geen woorden hebben voor wat ze voelen. En daar wringt de schoen: ‘Als je zelf niet weet hoe je iets moet uitleggen, geen idee hebt wat je overkomt, hoe moet je het dan aan de ander vertellen?’

Het onderzoek van Finkenauer en haar collega’s laat zien dat partners die het idee hadden dat ze anders rouwden, minder tevreden waren over hun relatie. Partners die een gelijkheid zagen in hun rouwstijl, waren juist tevredener.

Ouders die verschillend rouwen, zouden kunnen denken dat hun partner niet zo gehecht was aan het kind als zijzelf

Ouders die verschillend rouwen, zouden kunnen denken dat hun partner niet zo gehecht was aan het kind als zijzelf, weet Finkenauer. ‘Dat kan tot woede of beschuldigingen leiden. En aan de andere kant zijn er ook ouders die zichzelf inhouden, uit liefde, om de partner te steunen en te beschermen. Ook daar kan het misgaan, want uit eerder onderzoek blijkt dat dit soort gedrag de rouw bij beide partners alleen maar kan verergeren.’

Dat onderzoek laat zien dat wanneer ouders een kind verliezen en zich groot houden, beide ouders uiteindelijk ongelukkiger worden: de persoon die zich groot houdt omdat hij of zij niet kan zijn en uiten wat hij of zij wil, en diens partner omdat hij of zij het gevoel heeft dat niet over de rouw gepraat kan worden. 

‘Ik heb een slecht voorbeeld gehad aan mijn eigen ouders’, zegt Monica. De tweede kop koffie is inmiddels ingeschonken. Chocoladekoekjes op tafel. ‘Mijn broer overleed op zijn 21ste aan een hersenbloeding tijdens een autoritje, Peter en ik waren toen al getrouwd. Mijn ouders raakten elkaar he-le-maal kwijt. Ze leefden langs elkaar heen. Praatten niet meer over hun zoon. Mijn moeder wilde dolgraag een foto van mijn broer – zo’n lieve jongen, echt een schat – in de kamer zetten. Mijn vader kon dat niet aan, dus het gebeurde niet.’

Monica: ‘Toen hebben Peter en ik al met elkaar afgesproken…’

Peter: ‘Mochten wij dit ooit meemaken, dan gaan wij niet zo met elkaar om.’

Monica: ‘Het is funest.’

Als oude relatieproblemen weer opborrelen

Wat maakt dat het ene stel het wel redt, en het andere niet? 

Matznetter heeft tijdens de gesprekken voor haar boek Samen verder na verlies van een kind twee voorzichtige conclusies durven trekken. Een: de relaties die al langer duurden, en waarvan de partners samen al het een en ander hadden meegemaakt, kwamen er relatief ‘goed’ samen doorheen. ‘Er waren bij die mensen al hobbels genomen. Het verlies van een kind was dan de ultieme, allesomvattende hobbel, maar bleek niet allesvernietigend. Omdat ze al hadden gezien bij elkaar: hij of zij gaat zó om met verdriet of tegenslag.’

Matznetter zag ook dat mensen het over het algemeen samen redden als ze, ondanks dat ze verschillend rouwden of er niet goed over konden praten, nog wel elkaars verdriet konden zien.

De mensen die uit elkaar gingen, gaven in de gesprekken met Matznetter aan dat ze al relatieproblemen hadden voor hun kind overleed. ‘Hoe desastreus en groots dit verlies ook is, op den duur komen ook oude problemen, onderhuidse irritaties of grote verschillen weer terug, als die er al waren. Die eerste rauwe rouw poetst die misschien voor even weg, maar ze komen vaak weer terug. Misschien nog wel heviger, omdat rouw ons lontje korter maakt en onze emoties grootser. Ik zie best vaak stellen bij mij in de praktijk die komen voor de rouw om hun kind, en dan gaat het uiteindelijk over zogenoemde oude koeien, of andere problemen, zoals overspel. Want als je elkaar als partners niet kan troosten, is troost van een derde persoon hoogst verleidelijk.’

Verdriet kan ook verbinden

Matznetter sprak in de loop der jaren veel echtparen waar het verdriet verbindend werkte. ‘Je hebt hetzelfde kind gekend, je mist hetzelfde kind, je hebt hetzelfde meegemaakt. De ene partner weet wat de ander mist, en vice versa.’ 

De grootste verschillen of problemen kunnen worden uitgesproken, stelt ze, en de heftigste emoties kunnen afzwakken door erover te praten. ‘Ik herinner me nog een echtpaar van wie het kind verongelukte onder een trein. De moeder haastte zich vanaf haar werk naar de plek van het ongeluk, terwijl de vader thuiskwam van zijn werk, de kinderen heeft opgevangen en het hen heeft verteld. Dat heeft de moeder hem heel erg verweten: zij had erbij willen zijn als haar kinderen het te horen zouden krijgen. Zulke momenten kun je niet opnieuw doen. Maar je kunt die verwijten wel milder maken door ze uit te spreken.’

Maar je zult daar wel moed voor moeten tonen, zegt Matznetter. Niet schrikken van een conflict. Of van elkaars reacties. 

‘Ik kon soms echt boos worden als Peter fluitend de oprit op liep’

Dat is ook wat Monica zegt – en blijft zeggen zolang het nodig is – tegen ouders die zich melden bij de Vereniging OOK: Ouders Overleden Kind (OOK), een zelfhulporganisatie met zo’n 1.500 leden, allemaal lotgenoten. Al vindt Monica ‘lotgenoten’ een naar woord. ‘Het staat zo slachtofferig.’ Dan liever: zielsverwanten. Peter is penningmeester bij de stichting, Monica leidt gesprekken met stellen die een kind missen. 

Ze vertelt dan vaak hoe ze het met Peter heeft gedaan. En hij met haar. ‘Ik kon in het begin soms echt boos worden als Peter fluitend de oprit op liep. Dan dacht ik: gatverdamme, hoezo fluit je?! Ons kind is overleden!’ Maar dan nam ik me elke keer voor: hij mag voelen wat hij voelt, en ik mag me daarover weer voelen zoals ik me wil voelen.’ 

Peter: ‘Ik denk ook dat je elkaar moet blijven vasthouden.’

Monica: ‘Ja, dat is een hele goede. Ook als je tegen elkaar staat te mopperen om de afwas, of vreselijk tegen elkaar uitvalt. Pak elkaar vast. Want je wéét waar die woede vandaan komt. Je weet het.’

Craniosacraal therapie

Craniosacraal therapie is – net als fysiotherapie, manuele therapie en osteopathie – gericht op het systeem van bewegen. De therapie is daarnaast een vrij nieuwe behandelingsvorm die in de jaren 80 uit de osteopathie is ontstaan en waarbij de therapeut op zoek gaat naar de oorzaak van een probleem. Lichaam en geest vormen hierbij een geheel (holistische benadering), terwijl voor een craniosacraal therapeut het hele systeem van bindweefsels het verbindende radarwerk van het lichaam is. Door haperingen (verhoogde spanningen in het bindweefsel) in dat systeem op te sporen en deze met zachte manuele technieken te behandelen, kunnen zowel fysieke als emotionele klachten verdwijnen.

Kleine achtergrond

Zoals de naam aangeeft, wordt bij de craniosacraal therapie het craniosacraal gebied van ons lichaam als uitgangspunt genomen. Dit strekt zich uit van het schedelgebied (het craniale deel) tot aan de botten van het bekken (het sacrale deel). Want juist in dit gedeelte van ons lichaam kan een bepaald ritme worden waargenomen. Onder invloed van een vloeistof die de hersenen en ruggenmerg omgeeft en die toe- en afneemt, ontstaat namelijk een beweging van het hersenvlies en als gevolg daarvan een minimale, nauwelijks voelbare beweging van de schedelbeenderen. Dit is tijdens een hersenoperatie door dr. John Upledger ontdekt, die daarmee de grondlegger van de craniosacraal therapie werd. Zoals ieder mens een ademhalings- en hartritme heeft, zo heeft iedereen eigenlijk ook een craniosacraal ritme, dat van levensbelang is. Een cranioscacraal therapeut kan dit subtiele ritme voelen en krijgt daarmee informatie over de werking van het systeem en de spanningen in het eraan gekoppelde bindweefselsysteem.

Zelfgenezend vermogen
Het craniosacraal systeem – de spil in de aansturing van ons lichaam – en het zelfgenezend vermogen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Iedereen heeft van nature zelfgenezend vermogen in zich, wat we dagelijks bewust en onbewust gebruiken. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het herstel tijdens onze nachtrust en aan het genezen van wondjes. Daarnaast wordt alles wat we meemaken – zowel de fysieke kracht en pijn van bijvoorbeeld een botsing met een auto als de manier waarop we daar emotioneel op reageren door angstig te zijn of bijvoorbeeld heel verdrietig – opgeslagen in ons bindweefsel. Als deze gebeurtenissen te groot zijn of te vaak voorkomen, dan zorgen deze voor te veel spanning in het bindweefsel, waarbij het zelfgenezend vermogen tekort schiet en er een soort van verhardingen in het bindweefsel ontstaan. Deze blokkades leiden vervolgens tot lichamelijke klachten.

Dit betekent dan ook dat het zelfgenezend vermogen verzwakt kan worden door situaties als een ongeluk, een ziekte, een operatie, stress of verkeerde voeding. Een craniosacraal therapeut versterkt het zelfgenezend vermogen door beperkingen/spanningen in het bindweefselsysteem weg te halen en daarmee de oorzaken van de klachten te laten verdwijnen.