The Flash 2.0

 De wonderlijke wereld van de flash techniek (Flash 2.0) in de EMDR therapie 

DE NIEUWE EMDR FLASH TECHNIQUE

In 15 minuten de emotionele lading van een zwaar beladen traumatische herinneringaanzienlijk verminderen of zelfs helemaal neutraliseren, zonder dat je als cliënt er aan hoeft tedenken of er iets van hoeft te voelen?

“Dat kan niet, dat bestaat niet”, zou ik vroeger zeggen!
En toch bestaat het tegenwoordig wel degelijk!

Mensen kunnen met de Flash technique (in Nederland Flash 2.0 genoemd) een zwaar beladen beladen traumatische herinnering snel en pijnloos qua lading laten zakken. Oorspronkelijk werd de Flash vooral gebruikt als een voorbereidende techniek voor EMDR bij cliënten die bij de geringste gedachte aan huin trauma meteen overspoeld raken met ondraaglijke sterke emoties en spanning. Zo heftig dat ze blokkeren en er geen EMDR kan worden toegepast. 
Wanneer de spanning flink was gezakt tot een SUD van 3 en werd er vervolgens verder gewerkt met EMDR. Een SUD – schaal staat  voor Subjective Units of Distress; 10 staat voor de sterkstmogelijke spanning/emotionele lading en 0 voor een neutraal rustig gevoel.

Echter, de lading van een traumatische herinnering kan ook helemaal geneutraliseerd worden naar een SUD van 0. De Flash wordt dan ook tegenwoordig steeds meer als een opzichzelf staande therapie gebruikt.
Onderzoek in Nederland (2021) liet zien dat het even goed werkt als EMDR en dat de meeste mensen het als prettiger ervaren. Onderzoek in de VS heeft ertoe geleid dat het daar tot een evidence-based therapie is uitgeroepen.

Een belangrijk onderdeel van de techniek is dat de cliënt zich richt op een prettige herinnering of voorstelling, bijvoorbeeld een fijne activiteit, een leuk en fijn persoon of lievelingsdier. Een hobby, een fantastische vakantie of een mooi muziekconsert. Iets waarin je als cliënt helemaal in opgaat, wat bij de Flash een zgn. Positive Engagement Focus wordt genoemd
Vaak spreken de cliënt en de therapeut samen over de postieve focus.
Bij deze plezierige focus tikt de cliënt langzaam afwissend op zijn of haar linker- en rechterbeen (zogenaamde bilaterale stimulatie). Hierbij knippert de cliënt – op aanwijzing van de therapeut – zo nu en dan drie à vier keer achtereen snel met de ogen, zonder aan het trauma te denken.
Na een tijdje wordt de client uitgenodigd om heel kort even aan het trauma(beeld) te denken om na te gaan of er al iets veranderd is, om dan meteen weer verder te gaan met de positive focus en het knipperen.
Bij zo’n check kan het lijken alsof het beeld wat waziger is, lichter van kleur, verder weg staat, kleiner is of alsof het geveoel er wat is uitgelopen.

Waar komt de Flash Techniek vandaan?

Bij EMDR-therapie komt het soms voor dat de lading van een traumatische herinnering zo sterk is dat de cliënt, bewust of onbewust, alles blokkeert. Hij of zij voelt niets meer, ziet niets meer en er gebeurt niets meer. Of de cliënt begint te dissociëren en ontkoppelt zichzelf van zijn of haar lichaam en heeft bijvoorbeeld de ervaring boven zijn of haar lichaam te zweven. 
Het lijkt alsof het emotionele brein zegt dat het levensgevaarlijk is om deze herinnering bewust aan te raken. Dat je dan in een eeuwigdurende hel terecht komt, waar je nooit meer uitkomt!

In bovenstaande gevallen is toepassing van gewone EMDR niet meer mogelijk.

In de EMDR-therapie was het gebruikelijk om dan vanuit een sterk besef van veiligheid in het heden slechts een paar seconden aan het trauma te denken. En vervolgens bij herhalingen steeds een paar seconden langer. De zogenaamde CIPOS (Constant Installation of PositiveOrientation and Safety)- techniek. Werkzaam, maar heel veel tijd consumerend.

Phillip Manfield, een zeer kundige, ervaren therapeut en EMDR-trainer ging experimenterendoor deze cliënten steeds korter “om het hoekje” heel even naar het trauma te laten kijken.
Hieruit ontstond de eerste versie van de Flash Techniek waarbij er in een fractie van een seconde aan het beeld van het trauma werd gedacht. Een flits die zo kort duurt dat je als cliënt er geen details of gedachten bij kunt vormen. Vandaar de naam Flash Techniek (Flitstechniek). In Nederland wordt dit de Flash 1.0 genoemd.
Het werkte verrassend goed. In de huidige, latere versie (Flash 2.0 in NL) wordt er echter helemaal niet meer aan het trauma gedacht, en dit werkt nog sneller en beter.

Hoe kan zoiets toch in hemelsnaam werken?

De sleutelbegrippen hierbij zijn subliminale beïnvloeding en memory reconsolidation.
Subliminale beïnvloeding staat voor activatie van neurale hersennetwerken buiten of benedende bewuste gewaarwording. Denk aan hoe vroeger in de bioscopen een heel snelle flits vaneen flesje Cola werd gegeven. Zo snel dat het niet of nauwelijks bewust werd waargenomen.In de pauze steeg de omzet van de verkoop van Cola dan aanzienlijk! Je ervaart niets bijzonders, maar toch wordt er onbewust iets in beweging  gezet. Inmiddels is dit bij mijn weten, in ieder geval in de VS, verboden.

Bij de flash wordt er onbewust een link gelegd naar de traumatische herinnering zonder dat je die bewust hoeft te beleven. Dit maakt dat er geen onrust ontstaat. Iets wat voor het emotionele brein heel verrassend is en tegen de verwachtingen van de opgeslagen traumatische (leer)ervaring ingaat.

De afwezigheid van onrust (disturbance) geeft voor het emotionele brein een zogenaamdeprediction error of mismatch. Dat wil zeggen dat er iets gebeurt wat tegen de verwachtingenvan het brein en de aard van de traumatische ervaring ingaat. En dit heeft een bijzonder effect op vastzittende, blokkerende ervaringen die destijds met veel stresshormonen zijn opgeslagenin het brein.

En dan komen we op het terrein van memory reconsolidation: het ophalen en updatenvanoude herinneringen en het opnieuw opslaan ervan in het lange termijn geheugen.
Stressvolle, traumatische ervaringen met een tijdloos karakter zijn geïsoleerd opgeslagen en communiceren niet meer met onze volwassen vermogens en inzichten. Ze zijn als het ware (locked) gesloten voor andere informatie (updates). Worden ze geactiveerd dan ervaren we moeilijke emoties en sensaties die op hun beurt weer allerlei gedragingen kunnen oproepen om er meeom te gaan, om de emotionele pijn te dempen of te verminderen.

Worden ze echter geactiveerd terwijl er iets plaatsvindt dat tegen de verwachtingen van het trauma ingaat (een zgn. prediction error/ mismatch gevend) dan wordt de herinnering vloeibaar (unlocked) en kan nieuwe informatie er aan toegevoegd worden (updating) en er zich mee vermengen. Waarna het na enkele uren weer opnieuw wordt opgeslagen in het langetermijn geheugen, maar nu met een blijvend veranderd karakter.

Tijdens de Flash vermengt de traumatische herinnering zich zo met het veilige heden, de prettige aandacht focus en het besef dat het verleden voorbij is en overleefd is.
Waarna het opnieuw in het lange termijn geheugen wordt opgesloten, maar nu met het besef en gevoel van veiligheid en de impliciete boodschap dat je als persoon veel meer bent dan de traumatische herinnering. Je blijft nog altijd weten wat er gebeurd is, maar het grijpt je niet meer aan en doet je niets meer.

Sterke punten van de Flash Techniek:

  • Het werk snel en gemakkelijk.
  • Traumatische gebeurtenissen die emotioneel zo zwaar zijn dat ze nauwelijks te behandelen zijn, kunnen nu zonder een lang pijnlijk proces snel van het grootste deel van de lading worden ontdaan.
  • Door de afwezigheid van onrust hoeven cliënten geen afweermechanismen in te zetten om de emotionele pijn te verzachten. Bijvoorbeeld meteen reageren met heftige woede om zo de gevoelens van kwetsbaarheid en schaamte niet te hoeven voelen. Iets wat bijgewone EMDR- sessies soms gebeurt en een volledige verwerking kan belemmeren
  • Het is een mooie introductie op gewone EMDR.
  • In een korte tijd kan je meerdere herinneringen behandelen. Bijvoorbeeld twee in één sessie.
  • Bij ontregelde cliënten kan het een goed instrument voor stabilisering zijn.

Aandachtspunten bij de Flash Techniek:

  • Om de aandacht goed te vangen, mag de afleidende focus op een prettige herinnering of activiteit (Positive Engagement Focus) niet te zwak zijn.
  • Indien er bij de te behandelen herinnering sprake is van een onderliggende, vroegere herinnering die de huidige aanstuurt (een feeder-memory) dient die als eerste teworden behandeld. Het gevoel van machteloosheid een werkconflict wordt bijvoorbeeld sterk aangestuurd door gevoelens van machteloosheid tijdens fysiek misbruik in de jeugd. In het geval van een feeder memory wordt deze herinnering meestal als eerste behandeld met de Flash Techniek.
  • Soms komen belemmerende overtuigingen omhoog waarover eerst gesproken moet worden, zoals “Als dat zo snel oplost, lijkt het alsof er niets gebeurd is, ik me aangesteld heb,“ of “Zo komt de dader er mooi vanaf.”

De Flash Techniek versus gewone EMDR-therapie.

Zoals al gezegd kan de Flash Techniek wordt gebruikt in de voorbereidende fase van EMDR, als de lading zo sterk is dat gewone EMDR niet gaat werken, maar ook als een opzichzelf staande therapie.

Gewone EMDR geeft meestal veel associatieve verbanden en inzichten die een generaliserendeffect hebben en robuster qua verwerking overkomen.
Bij ernstig depressieve cliënten of mensen die in sterke rouw zijn is het ook moeilijk om een postitive engagement focus te vinden, hoewel dit soms op te lossen is door afleidende neurale focus te vinden.
Het blijft ook een wat rare techniek: iets verwerken zonder er zelfs aan te denken! Maar daardoor tegelijkertijd ook revolutionair qua karakter.

Persoonlijk ervaar ik het als een verrijking van de mogelijkheden bij het werken met EMDR. 
Bij twijfel of een bepaalde verwerking niet te belastend is voor een bepaalde cliënt, kun je nu als EMDR-therapeut heel veilig met de flash beginnen. De flash biedt ook veel mogelijkheden om snel stabiliserend te werken bij cliënten die het erg zwaar en moeilijk hebben. 
Kortom ik ben blij dat het bestaat!

© Texts / Auteursrecht O.C. Delfin, all rights reserved 2003- 2022 – pictures by AMC Verhoogt

 Direct contact? 

Lid van: 

  • Nederlands Verbond ECP-houders (NVECP) – kwaliteitsregister Psychotherapie
  • Vereniging van Integraal Therapeuten (VIT)
  • Vereniging EMDR Nederland
  • EMDR-Belgium
  • Vereniging Modaliteiten Psychotherapie (VMP-131)

Geregistreerd bij:

  • Europese Associatie voor Psychotherapie (EAP)
  • Nederlandse Associatie voor Psychotherapie (NAP)
  • Kamer van Koophandel (KvK): 34169544
  • S.C.A.G. Stichting Complementaire en Alternatieve Gezondheidszorg: 11410
  • Register Beroepsbeoefenaren Complenmentaire Zorg (RBCZ)

Lidmaatschapnummers: 

  • EMDR-practitioner certificaatnr.: p-9376
  • Registratienummer VEN: 30894
  • NVECP: 10086
  • Registratienummer NAP: ECP-NL 026/027
  • VIT: 509.17.A
  • Registratienummer RBCZ: 205079R
  • AGB zorgverlener: 94006236 -90026194

Disclaimer 

Dankbaar

Vandaag ontving ik weer een hele fijne recensie van een mooi mens. Ik ben zo dankbaar dat ik dit prachtige werk mag doen! Ik wens iedereen een prachtig 2022 met heel veel liefde en ruimte en licht …

Recensie:
Toen ik besefte dat ik wat met mijn trauma’s moest doen omdat ik emotioneel vast liep waardoor mijn leven in hold stond heb ik op gevoel Nicole uitgekozen. Dit bleek een perfecte keus te zijn geweest. Nicole is zeer professioneel en beschikt over de nodige empathie om je op de juiste manier door het proces te begeleiden. Ik heb het als heel fijn ervaren, juist omdat ik er toch wel een beetje tegenop zag wist Nicole dit heel mooi vorm te geven door in gesprek te gaan en de spanning op een hele fijne manier van je weg te nemen zodat je open staat en je op je gemak gesteld bent.Dankzij Nicole heb ik een tweede kans gekregen op een mooi leven wat nu in het teken staat van persoonlijke groei en ontwikkeling. Mijn oude trauma’s hebben geen grip meer op mij, de wereld ziet er een heel stuk mooier en lichter uit!

Traumasporen

PSYCHOLOGIE

Bessel van der Kolk schreef een bestseller over zijn onorthodoxe behandeling van trauma’s. Controversieel? ‘Er is niets controversieels aan!’

Met zijn lijvige boek over de behandeling van posttraumatische stress staat de Nederlander Bessel van der Kolk al 153 weken in de New York Times-bestsellerlijst. Wat is er zo bijzonder aan zijn werk?

Evelien van Veen15 oktober 2021, 11:18

null Beeld Aisha Zeijpveld, make-up Noortje Braam.

Beeld Aisha Zeijpveld, make-up Noortje Braam.

Opeens was hij terug in de Hongerwinter. Een jochie was-ie, van 2 jaar oud, dat het koud had, bang was, een rammelende maag had. Psychiater Bessel van der Kolk (78) had er nooit bewuste herinneringen aan gehad, maar onder invloed van de psychedelische drug mdma voelde hij alsnog de pijn van toen.

De terugkeer van trauma’s – het is het grote thema van zijn boekThe Body Keeps the Score, dat al 153 weken aaneengesloten in de hoogste regionen van de New York Times-bestsellerlijst staat. Een ongekend aantal, zeker voor een boek over zo’n zwaar onderwerp als posttraumatische stress. Niet gek voor een Nederlander. Van der Kolk groeide op in Den Haag.

Wie is hij? Wat behelst zijn standaardwerk over de behandeling van trauma’s, dat al in 2014 verscheen, en hoe komt het dat het nu weer zo aanslaat? Om met dat laatste te beginnen: hij vindt het zelf ook lastig te verklaren, zegt Van der Kolk via Zoom. ‘Het is niet alleen een Amerikaans fenomeen, het boek is in 39 talen vertaald en ook in Italië, Spanje, Australië, Engeland en Canada een bestseller. Ik denk niet dat het met de pandemie te maken heeft, want hoe ingrijpend ook, die heeft niet tot een aanzienlijke toename van posttraumatische stress geleid voor zover we weten. Het heeft eerder te maken met de bedroevende staat van de psychiatrie, denk ik, die vooral pillen voorschrijft en fictieve diagnoses stelt.’

Fictieve diagnoses?

‘Allerlei psychiatrische aandoeningen in het handboek DSM zijn niets anders dan een cluster van symptomen. Maar wat zegt het wérkelijk over iemand als hij het etiket ‘schizofreen’ krijgt? Ik denk dat mijn boek zo aanslaat omdat mensen zich erin herkennen: dit gaat niet over stoornissen, dit gaat over onszelf, over de problemen waar we echt mee kampen.’

Van der Kolk spreekt een paar zinnen mooi, verzorgd Nederlands aan het begin van het gesprek, maar schakelt al gauw over op Engels. Hij woont al sinds zijn 18de in Amerika tenslotte, waar hij, na een jeugd in een streng religieus gezin in Den Haag, geneeskunde studeerde in Chicago. Hij specialiseerde zich tot psychiater, was ziekenhuisdirecteur in Boston en begon daar in 1982 zijn Trauma Center voor onderzoek naar en de behandeling van posttraumatische stress. Zijn boek The Body Keeps the Score, waarvan drie miljoen exemplaren zijn verkocht, werd in 2016 in het Nederlands vertaald met de titel Traumasporen. De boodschap, onder veel meer: de geest mag trauma’s als kindermishandeling, seksueel misbruik of oorlogservaringen diep wegstoppen, het lichaam vergeet niet wat er is gebeurd. Dat leidt doorgaans tot allerlei klachten, van depressies tot alcoholisme. Door (lange tijd onconventionele) behandelmethoden als yoga, EMDR, neurofeedback – inzicht krijgen in de eigen hersenactiviteit – en psychedelische drugs kan een traumaslachtoffer daarvan worden bevrijd, stelt Van der Kolk.

‘Baanbrekend’, noemt collega-psychiater en vriend Eric Vermetten, zelf ook gespecialiseerd in de behandeling van (oorlogs)trauma’s, onder meer bij Defensie, en hoogleraar in Leiden, de ideeën van Van der Kolk. ‘Het inzicht dat het lichaam zich trauma’s herinnert en niet het brein was totaal nieuw in de jaren negentig, toen Bessel ermee kwam. Hij werd erom weggehoond. Maar sindsdien wordt door veel behandelaars ook het lichaam, dat lang verwaarloosd is, betrokken bij de behandeling van trauma’s.’

Vermetten benoemt ook dat de ideeën van Van der Kolk controversieel zijn; hij noemt het ‘welles-nietesdebat’ over verdrongen (en later hervonden) herinneringen. Een van de spelers daarin in Nederland is rechtspsycholoog Harald Merckelbach, hoogleraar in Maastricht. Hij noemt het wetenschappelijk bewijs voor het verdringen van herinneringen ‘wankel’: ‘Voor de aanname dat trauma’s op een andere manier worden opgeslagen dan gewone herinneringen, ontbreekt overtuigend bewijs. Traumatische herinneringen worden doorgaans niet vergeten. Het probleem voor slachtoffers is juist dat ze zo prominent zijn.’

De ‘geheugenmythe’ noemt onderzoeker en hoogleraar rechtspsychologie Henry Otgaar het idee van verdrongen herinneringen die pas tijdens therapie naar boven komen. ‘Het kan gevaarlijk zijn als therapeuten daarin meegaan, want het kan tot valse getuigenissen leiden in de rechtszaal en daarmee worden levens verwoest.’ Eind jaren negentig, zegt Otgaar, was er consensus dat traumatische herinneringen niet in een soort afgesloten compartiment van het brein worden gestopt. ‘Maar, het verbaast me: dat idee is weer helemaal terug.’

null Beeld Aisha Zeijpveld

Beeld Aisha Zeijpveld

Daar is niets verbazingwekkends aan, zegt Van der Kolk in Boston in zijn werkkamer tegen de achtergrond van een beschilderd wanddoek uit de Zuid-Pacific. ‘Iedere psychiater met verstand van zaken weet dat traumatische herinneringen anders worden opgeslagen dan herinneringen aan alledaagse zaken. Stel, je bent op vakantie naar Griekenland geweest en je vertelt iemand over het lekkere eten, het strand, dan voelt het niet alsof je daar nog bent. Bij een trauma is dat anders. Dat wordt herbeleefd door je lichaam, alsof het op dát moment weer gebeurt. Gewone herinneringen worden een verhaal dat voortdurend verandert: je verzint dingen, je vergeet details, onbelangrijke dingen hoef je niet te onthouden. Maar traumatische herinneringen zetten zich vast in je lichaam, ook al herinner je je ze niet eens bewust.’

Dat is op zijn minst controversieel in de wetenschap.

‘Er is niets controversieels aan! Iedereen die iets van trauma weet, weet dat je herinneringen kunt verdringen. Dat je ze móét verdringen vaak, om verder te kunnen leven. En onder invloed van mdma bijvoorbeeld komen ze eruit, dat hebben we in ons lab al vaak gezien bij patiënten. Ik heb het zelf ook meegemaakt toen ik mdma had gebruikt. Ik had zo’n medelijden met dat kleine, hongerige joch dat ik was in de oorlog. Ik herinner het me niet letterlijk, maar ik voelde hoe het was.’

Het is, zeggen de deskundigen die ik heb gesproken, vrij makkelijk om mensen herinneringen aan te praten aan dingen die nooit zijn gebeurd.

‘Was dat maar zo makkelijk, ik probeer het de hele tijd in therapie als ik patiënten vertel: het is goed, het is voorbij, het is lang geleden, je bent veilig nu. Kón ik die gedachten maar in hun hoofd implanteren – dat is heus zo makkelijk niet.

‘Wie heeft er belang bij om valse herinneringen te verzinnen? Ja, kinderen die het slachtoffer zijn van een vechtscheiding misschien, omdat hun moeder zegt: je moet de rechter vertellen dat papa je molesteert, anders houd ik niet meer van je. Dat gebeurt. Maar verder: waarom zouden mensen valse herinneringen creëren?’

In een New York Times-podcast zei u: gewone herinneringen zijn in feite onbetrouwbaarder dan traumatische herinneringen, omdat die veranderen in de loop der tijd en traumatische herinneringen niet.

‘Precies. Praat je met mensen met ptss, dan zien ze exact nog alles voor zich zoals het was: de spijltjes van het kinderbed waarin ze lagen, de ventilator aan het plafond, ze horen weer dezelfde geluiden van vroeger, voelen dezelfde sensaties in hun lijf. Therapie moet ervoor zorgen dat het een verhaal wordt. Geen herbeleving, maar een herinnering aan iets wat lang geleden is gebeurd.’

Niemand komt ongeschonden het leven door, we maken bijna allemaal nare dingen mee. Draagt iedereen een trauma met zich mee?

‘Iedereen krijgt te maken met verlies, rouw en pijn, ja, maar een mens is veerkrachtig en kan daar meestal van herstellen. Bij een trauma gebeurt dat niet. Mensen met een trauma, door seksueel misbruik in hun jeugd bijvoorbeeld, of door verschrikkelijke oorlogservaringen, zitten daar in vast. Een van de oorzaken is dat het leed niet wordt erkend. Er is bijvoorbeeld een groot verschil met een gebeurtenis als 9/11; na de terreuraanslag is er opmerkelijk weinig posttraumatisch stresssyndroom gemeten in New York. Mijn verklaring is dat er steun kwam vanuit de hele wereld, er kwam geld voor hulpverlening, dat zijn allemaal belangrijke helpende factoren. Daarbij konden nabestaanden de pijn met hun familie en vrienden delen.

‘Iemand die in zijn jeugd seksueel misbruikt is, heeft die steun doorgaans niet. Die zwijgt erover. Bovendien: als je iets wordt aangedaan door iemand bij wie je veilig hoort te zijn, je vader of je moeder bijvoorbeeld, dan raakt je identiteit verstoord. Die sporen draag je veel langer met je mee.’

Wat doet een dergelijk trauma met een mens?

‘Getraumatiseerde mensen voelen continu spanning, chronische stress. Ze voelen zich nooit veilig, al is dat onbewust. In het kakkerlakkenbrein, zoals ik het noem, een primitief deel van het brein, blijven stresshormonen waarschuwen: kijk uit, kijk uit, er is gevaar. Ook al is de gebeurtenis allang voorbij, in het lichaam blijft dat gealarmeerde gevoel aanwezig, op een basaal, niet-cognitief niveau. Dat kan lichamelijke klachten tot gevolg hebben, van hartklachten tot maagpijn en chronische spierpijn, fibromyalgie.’

‘Je kent waarschijnlijk wel het ACE-onderzoek (een groot onderzoek in de jaren negentig dat de schadelijke gevolgen van verwaarlozing, mishandeling en misbruik in de kindertijd in kaart bracht, red.). Daaruit blijkt dat een jeugdtrauma geheid tot fysieke klachten leidt later, maar ook tot veel roken, zelfbeschadiging, anorexia, drugsgebruik, alcoholisme; alles om dat onveilige, gealarmeerde gevoel maar te dempen, op een ongezonde manier. Want waarom zou je goed voor je lichaam zorgen als je zoveel zelfhaat voelt? Veel slachtoffers vinden zichzelf een slecht persoon, zij houden een levenslang gevoel van schaamte.’

Ook nog op volwassen leeftijd? Terwijl ze rationeel weten: ik kon er niets aan doen?

‘Ja, een mens wil controle houden, dus we zijn geneigd te denken dat we zelf verantwoordelijk zijn voor wat er in ons leven gebeurt. Een kind dat geslagen wordt heeft geen schuld, maar toch denkt het: het ligt aan mij, ik ben slecht, ik verdien slaag. Dus ik moet me beter gedragen, dan gebeurt het niet weer – dat is het gevoel van controle dat ook een kind wil hebben. Net zoals een vrouw die verkracht is misschien denkt dat het aan háár ligt: ik droeg een te korte rok, ik heb me niet fel genoeg verzet, et cetera. We zijn altijd geneigd te denken: ik liet het gebeuren. Dat is ook logisch, vooral als het kinderen betreft, want als je je ouders niet kunt vertrouwen, als je moet inzien dat zij niet deugen, dan heb je een verschrikkelijk loyaliteitsprobleem. Je ouders moeten voor je zorgen. En als ze verzaken, in wat voor wereld leef je dan? Pas rond je 9de, 10de kun je als kind gaan beseffen dat het misschien niet normaal is wat er thuis gebeurt.’

U bent zelf geslagen vroeger, heeft u in een interview verteld, door uw vader. Die op zijn beurt weer getraumatiseerd was doordat hij in een werkkamp had gezeten in de Tweede Wereldoorlog.

Van der Kolk knikt. Tussen het Engels door vallen in het Nederlands de woorden ‘een pak slaag’ – daar was zijn vader gul mee, ja.

Hoe oud was u toen u besefte: het is niet mijn schuld?

‘O, dat duurde lang, hoor. Heel lang.’

Hoelang?

‘Daar doe ik mijn hele leven over. Het verandert ook voortdurend, hoe ik terugkijk op mijn jeugd. Nu zit ik in de fase dat ik vooral medelijden heb met mijn ouders omdat ze niet konden zien wat een leuk jochie ik was, dat ze zo weinig genoten hebben van onze kindertijd.’

Wat typeert een getraumatiseerd mens? Welk gedrag kun je verwachten?

‘Heftige emotionele reacties, ook bij gewone gebeurtenissen. Woede-uitbarstingen om iets kleins, moeite hebben met zelfbeheersing. Maar ook paniekaanvallen, bevriezen bij aanrakingen, geen seks willen, of het wel willen maar niet kunnen, als iemand seksueel is misbruikt. Het is niet makkelijk om te leven met iemand met een trauma, want juist in intieme relaties openbaart het zich. Voor de buitenwereld kun je vaak nog wel de schijn ophouden, maar thuis niet. Daar staat vader te schreeuwen als een kind een kleinigheid verkeerd doet.’

Vader is een klootzak.

‘Vader lijkt een klootzak, ja, maar vader heeft hulp nodig, en liefde en steun en erkenning. De hulpverlening trekt vaak zijn handen af van zulke mensen, terwijl ze juist zo hard begrip nodig hebben. En artsen, bij wie ze vaak terechtkomen met al hun lichamelijke klachten, zijn doorgaans niet de meest empathische mensen. Dus er wordt veel te weinig gevraagd in de spreekkamer: wat heb je meegemaakt? Terwijl kindermishandeling in Amerika een enorm volksgezondheidsprobleem is dat de maatschappij veel geld kost. Maar er wordt nog steeds veel te weinig over gepraat. Nu willen en kunnen slachtoffers er zelf vaak ook niet over praten. Wat begrijpelijk is: ze willen niet terugkeren naar dat machteloze gevoel.’

Bessel van der Kolk  Beeld

Bessel van der Kolk

Welke therapie is daar het meest geschikt voor? Pillen of praten?

‘De psychiatrie is verslaafd aan pillen. Ik heb vroeger zelf veel onderzoek gedaan naar medicatie en het ook vaak voorgeschreven, maar mijn ervaring is: voor trauma’s werken ze niet zo goed. Praten is belangrijk. Als je woorden kunt geven aan wat zo lang een geheim is geweest, kun je erop reflecteren. Maar weten waaróm je in de knoop zit, haalt je nog niet uit de knoop. Je lichaam en geest moeten ervaren dat het trauma voorbij is. Pas dan komt er rust.’

Dat doet u met lichaamswerk, yoga – deels onconventionele behandelmethoden in de psychiatrie. U behandelt zelfs patiënten met psychedelica als mdma, het werkende bestanddeel van ecstacy. Drugs tegen trauma, waarom?

‘Ik probeer altijd wetenschappelijk onderzoek te doen naar zulke methoden om te zien hoe goed ze werken en voor wie. Met mdma zien we verbluffende resultaten.’

Misschien niet gek dat mensen zich beter voelen met een partydrug?

‘Ik heb twee keer mdma genomen voor wetenschappelijk onderzoek en ik kan je vertellen: het voelt helemaal niet als een partydrug als je je ogen sluit en teruggaat naar je verleden. Ik kwam een paar dingen tegen, de Hongerwinter noemde ik al, die flink pijn hebben gedaan. Maar het goede aan mdma is dat je die pijn aankunt. En het brengt je zelfcompassie, waardoor je eindelijk echt gaat inzien: het is verleden tijd, ik was maar een kind, zo klein, ik kon er niks aan doen. Het maakt je ook aardiger tegen anderen.’ Grijns: ‘Nergens heb ik met aardiger mensen gewerkt dan in ons psychedelicalab.’

U schrijft ook over de kracht van samen zingen en dansen om trauma’s te verhelpen.

‘Zeker, wij mensen zijn groepsdieren, het is helend om samen in hetzelfde ritme te zijn. Ga maar na: mensen hebben altijd samen gezongen in zware tijden, bij begrafenissen bijvoorbeeld.’ Opeens weer in het Nederlands: ‘Wilt heden nu treden voor God onze Here’ – ik voel nog de warmte van met de hele klas zingen. Getraumatiseerde mensen hebben vaak het gevoel er niet bij te horen, niet wezenlijk contact te hebben met anderen. Door samen te bewegen, te dansen, te spelen, ervaar je: ik hoor bij de groep. Ik zou graag nog eens onderzoeken hoe goed tangodansen werkt tegen ptss.’

In 2018 werd u ontslagen bij het Justice Research Institute in Boston, waar u uw Trauma Centre had opgezet. Er zou een vijandige sfeer heersen en u zou een bully, een bullebak, zijn.

‘Daar is niets van waar. Het is zo gegaan: ik was met sabbatical om een boek te schrijven en degene die mij verving was ontslagen wegens grensoverschrijdend gedrag. Toen ik terugkwam, werd ik als leidinggevende ervan beschuldigd dat grensoverschrijdende gedrag te hebben laten gebeuren, een sfeer te creëren waarin dat kon voortbestaan. Maar ik was er niet eens toen het gebeurde. De leidinggevende die er wél was, ontsloeg mij om zo zelf de dans te ontspringen.

‘Er is een rechtszaak gevoerd en een schikking getroffen, waardoor ik een flinke som geld kreeg. Daarmee heb ik met hulp van mijn oude collega’s een nieuwe organisatie opgezet, The Trauma Research Foundation, en die groeit en bloeit. Niemand is ooit naar voren gestapt om mij te beschuldigen van bullying.’

Uw vriend en collega-psychiater hier in Nederland, Eric Vermetten, zegt dat u best een bullebak kunt zijn.

‘Ik weet niet precies waarom Eric, die ik zeer waardeer, dat zegt. Maar ik blijf een Nederlander, en wij Nederlanders kunnen bot uit de hoek komen en nogal direct zijn. Ik heb een duidelijke mening en ben gepassioneerd over mijn vak, maar ik heb nooit iemand gebullied. Nooit. Al mijn oude medewerkers zijn met me meegegaan naar de nieuwe organisatie, zegt dat niet genoeg?’

Piekeren helpt niet

Je hóéft niet zo te piekeren, stelt Pia Callesen in een bestseller. Is het echt zo simpel?

Je hóéft niet zo te tobben en te malen, betoogt de Deense psycholoog Pia Callesen in een bestseller. Metacognitieve therapie zou allerlei psychisch lijden kunnen verzachten. Hoe werkt het? En vooral: werkt het?

Evelien van Veen16 september 2021, 17:04

null Beeld Thomas Nondh Jansen
Beeld Thomas Nondh Jansen

Ze durfde bijna niet meer naar bed te gaan, zo erg zag Heleen (52) op tegen de eerste uren van de nacht. Want ze wist dat het weer zou beginnen: het piekeren, het malen, het tobben. Over het daten, bijvoorbeeld, waaraan ze na een lange tijd als single onlangs weer begonnen is. ‘Hoe zie ik eruit, ben ik niet te dik? Vind ik op mijn leeftijd ooit nog wel een leuke man?’ Veel stress had ze ook van haar baan aan een hogeschool, waar ze als leidinggevende te stellen heeft met twee ‘pittige’ vrouwen in haar team. ‘Ik werd tegenwerkt en hield het daardoor bijna niet meer vol. Moest ik mijn baan opgeven? Ik lag er uren van wakker.’

Stop met dat getob. Je hóéft niet te piekeren – dat is de boodschap die de Deense psycholoog Pia Callesen aan Heleen geeft, en aan alle anderen die gebukt gaan onder sombere gedachten. Het klinkt belachelijk simpel, maar daar komt de therapie die ze beschrijft in haar boek Leef meer, denk minder in het kort op neer. Het boek is een bestseller. Het wordt wereldwijd vertaald en in Nederland beleeft het sinds verschijnen half juli al de zesde druk. ‘Voor een zorgelozer leven’ luidt de ondertitel en met ongeveer een miljoen Nederlanders aan de antidepressiva is het geen wonder dat er een markt voor is.

Metacognitieve therapie heet de methode, en het is niet Pia Callesen zelf die hem bedacht heeft. Ze werd opgeleid door grondlegger Adrian Wells, hoogleraar psychologie aan de universiteit van Manchester en schrijver van het voorwoord in haar boek. Hij beveelt het – vanzelfsprekend – van harte aan: ‘Dr. Callesens boek stippelt een route uit, wég van het persoonlijk lijden dat een depressie veroorzaakt.’

Controle

Paniekstoornissen, depressies, anorexia, angst en dwang, burn-out, posttraumatische stress; in haar kliniek in Kopenhagen behandelt ze elke aandoening met metacognitieve therapie, zegt Callesen via Zoom. ‘Waar je ook aan lijdt, het helpt altijd. Nee, metacognitieve therapie neemt niet je problemen weg, maar wel je eindeloze getob erover. En dat veroorzaakt een groot deel van het lijden. Waarom krijgt de ene mens een depressie en de ander niet? Niet alleen door tegenslag; met tegenslag krijgen we allemaal te maken in ons leven. Ook niet, of niet alleen, door een tekort aan bepaalde stofjes, zoals serotonine. Ik verzet me tegen het idee dat depressie een oncontroleerbare ziekte in de hersenen zou zijn.’

De crux van metacognitieve therapie is juist dat ieder mens wél controle heeft over wat er gebeurt in zijn hoofd. Urenlang malen is een keuze; je kunt er ook voor kiezen het niet te doen, zegt Callesen. Voorts trekt ze een rechte lijn van piekeren naar depressie en zelfs psychoses. ‘Door voortdurend bezig te zijn met negatieve gedachten en gevoelens maak je jezelf ziek, daarvan ben ik overtuigd. Waarmee ik niet wil zeggen dat een depressie krijgen je eigen schuld is. Wel dat je ervan af kunt komen door anders te leren denken.’

Minder denken, stelt Callesen in de titel van haar boek. Maar hoe doe je dat? Hoe beheers je de onophoudelijke stroom van 30- tot 70 duizend gedachten die dagelijks in het menselijk brein opduiken? Allereerst: door je bewust te zijn van die gedachtenstroom. En door te verhinderen dat je op sleeptouw wordt genomen door de negatieve gedachten in die stroom, de zorgen en de tobberijen die een mens uitputten en ongelukkig maken. Triggergedachten, noemt Callesen die. In het geval van Heleen, bijvoorbeeld: ‘Ik vind nooit meer een man’ en: ‘Ik ga eraan onderdoor, aan de tegenwerking in mijn baan.’ Zou Heleen in cognitieve therapie zijn, dan zou ze waarschijnlijk leren die gedachten ‘uit te dagen’, zoals dat heet. Hoe realistisch is het dat ik nooit meer een man vind? Er zijn toch genoeg gelukkige stellen in mijn omgeving die elkaar gevonden hebben na hun vijftigste? Het nadeel daarvan, zegt Callesen, is dat je alsnog met die negatieve gedachten bezig bent – je schenkt ze tenslotte aandacht door jezelf te proberen van het tegendeel te overtuigen.

In metacognitieve therapie leer je te denken over je denken – er als het ware boven te gaan staan. Want veel effectiever is het negatieve gedachten te herkennen en onschadelijk te maken. Ze voorbij te laten gaan zonder er veel aandacht aan te besteden, als een vis die voorbijzwemt en die je besluit nu eens níét naar binnen te hengelen. Wat niet hetzelfde is als de triggergedachte krampachtig wegdrukken, want ook dat kost energie – een badeend wil altijd boven het water uitspringen als je hem naar beneden duwt. Nee, de gedachte ‘observeren’ en vervolgens alleen denken: kijk, daar heb je hem weer. Ik laat hem passeren. Als ik per se over mijn liefdesleven moet piekeren, doe ik dat vanavond tussen zes en zeven wel.

null Beeld Thomas Nondh Jansen
Beeld Thomas Nondh Jansen

Pia Callesen vergeleek in een onderzoek onder 153 Denen met een depressie de werking van cognitieve gedragstherapie met die van metacognitieve therapie. De laatste helpt (iets) beter, blijkt daaruit. In Nederland promoveerde psycholoog Colin van der Heiden op de werking van metacognitieve therapie bij een gegeneraliseerde angststoornis (GAS). Ook hij vond goede resultaten: 72 procent van de patiënten herstelde volledig met de therapie.

Angststoornis

Waarmee wetenschappelijk bewezen is dat metacognitieve therapie vooral tegen overmatig piekeren uitstekend werkt, zegt Van der Heiden, hoogleraar psychologie aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam en behandelaar bij de Parnassia Groep. Want dat is een gegeneraliseerde angststoornis in wezen: iemand met GAS lijdt aan ‘angstig gepieker, toekomstgericht, over meer dan twee onderwerpen’, somt hij op. Wat als dít fout gaat? Wat als dát niet lukt? ‘Zelfs over iets leuks als op vakantie gaan maakt iemand met een gegeneraliseerde angststoornis zich zorgen.’

Daarom, zegt hij, is het niet zinnig in therapie aan de slag te gaan met al die zorgen. ‘Dat is dweilen met de kraan open. Heeft de patiënt met een negatieve gedachte afgerekend, dan dient de volgende zich al aan. Nee, we gaan een niveau hoger: onderzoeken waarom je denkt zoals je denkt.’

Onze metacognitieve overtuigingen, legt Van der Heiden uit, bepalen of we ons overgeven aan negatieve gedachten of dat we voelen dat we een keuze hebben. Veel mensen die overmatig piekeren hebben diep van binnen de overtuiging dat het helpt. Nadenken, analyseren, gevaren onderkennen, eindeloos voors en tegens afwegen – ze móéten het van zichzelf om rampen af te wenden.

Door piekergedachten uit te stellen – inderdaad te besluiten dus: vanavond tussen zes en zeven ben jij pas aan de beurt – leer je dat je ook zonder kunt. Vaak is de uitgestelde negatieve gedachte niet eens meer aan de orde in het piekeruurtje, waardoor je leert concluderen dat je je voor niks zorgen hebt gemaakt. Moeilijk, dat uitstellen? Wel zeker voor de notoire piekeraar, maar je kunt het trainen. Door je aandacht op de buitenwereld te richten. Heel bewust te luisteren, bijvoorbeeld, naar de geluiden om je heen. Of een activiteit te ondernemen en daardoor minder met jezelf bezig te zijn.

Geen haarlemmerolie

Een andere metacognitieve overtuiging waaraan piekeraars vaak lijden is de gedachte: ik ben ongezond bezig, ik pieker mezelf helemaal gek. Ook dat idee kan de prullenbak in, zegt Van der Heiden. Piekergedachten zijn níét gevaarlijk en wél beheersbaar. ‘Als je ertegen vecht, maak je ze te groot.’

Waar Pia Callesen metacognitieve therapie als oplossing noemt voor in principe elk psychisch lijden, is Van der Heiden een stuk voorzichtiger. ‘Metacognitieve therapie werkt goed tegen pieker- en dwangstoornissen en het kan ook werken bij depressie en posttraumatische stress, blijkt uit onderzoek. Maar het is geen haarlemmerolie: goed voor álles. Als een depressie voortkomt uit diep verdriet, onverwerkte rouw of een disbalans in de hersenen, heb je weinig aan metacognitieve therapie. Daarom is het belangrijk om van tevoren een goede diagnose te stellen.’

Dat ziet ook psycholoog Agnes van Rossum, die niet alleen wandelcoach is, maar zichzelf ook als ‘piekerspecialist’ afficheert. ‘Er zijn maar weinig mensen die zich bij een psycholoog melden met de boodschap: ik heb een gegeneraliseerde angststoornis, help jij me ervan af? Nee, zij ervaren reële zorgen en problemen. En die zijn er vaak ook, niemand komt ongeschonden door het leven. Veel gepieker, bijvoorbeeld, komt voort uit angst voor afwijzing, al dan niet opgedaan in de jeugd. Dan helpt metacognitieve therapie maar ten dele. Je leert wel met negatieve gedachten om te gaan, maar de onderliggende oorzaak neem je niet weg. Daarom is mijn aanpak altijd breder en praat ik ook over wat er vroeger is gebeurd.’

Lui reageren

Dat is meestal niet nodig, vindt Pia Callesen. ‘Ieder kind dat van zijn fiets gevallen is, leert dat je niet aan het korstje op je knie moet krabben, want dan gaat het weer bloeden. Zo is het ook met de menselijke geest: die geneest zichzelf als je ervan afblijft. Je moet er vooral niet in peuren.’ Hetgeen betekent, zegt ze, dat je lui moet reageren op sombere gedachten: niet te serieus nemen, die trekken vanzelf weer weg.

Komt tijd, komt raad. De mens lijdt nog het meest door het lijden dat hij vreest. Meent Callesen werkelijk dat mensen die ernstig psychisch lijden met zulke volkswijsheden geholpen zijn? Ja, knikt ze in Kopenhagen: zelfs de ouders van een overleden kind of mensen die een traumatische scheiding doormaken, schieten er niets mee op uren per dag aan negatieve gedachten te besteden. ‘Wat je ook meemaakt, je hoeft er niet aan onderdoor te gaan als je je gedachtenstroom leert controleren. Dat is een bevrijdend inzicht voor iedereen die lijdt.’

Die controle lukt steeds beter, zegt Heleen. Sinds haar coachwandelingen met piekerspecialist Agnes van Rossum slaapt ze sneller in. ‘Piekergedachten over mijn werk probeer ik zo min mogelijk kans te geven. Dus als die lastige vrouwen uit mijn team in mijn hoofd opduiken, ga ik ze niet van repliek liggen dienen, maar schuif ik ze tot morgen door. Maar zorgeloos? Nee, dat zal ik nooit worden. Dan verwacht je te veel wonderen van een therapie.’